Godart Jacobus CorbelijnTitia Ida Acker

Thomas Godart CorbelijnAdriana Acker Battaerd

Carel Herman Ferdinand Alexander Corbelijn BATTAERD

f a m i l y
Siblings:
N.N. Corbelijn
Adriana Geertruida Susanna Barbara Maria Corbelijn
Maggalina Titia Cornelia Corbelijn
N.N. Corbelijn
N.N. Corbelijn
Petronella Alibertha Corbelijn
Vincentia Alida Corbelijn
Carel Herman Ferdinand Alexander Corbelijn BATTAERD
  • Born: 30 OCT 1847, Utrecht
  • Married 30 APR 1874, Haarlem, to Johanna Elisa Augusta Huber
  • Died: 15 JUN 1913, Groenlo
  • Occupation: Commandant of the Militia in Leeuwarden

    Afkomstig uit: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1962-1963, pag. 81-90.

    Zo kwam hij (ene Ds. Pieter Boelens) in zijn jongelingsjaren veel op het Fries museum, een instelling van het Fries Genootschap, waaraan ook de bibliotheek van het genootschap verbonden was, welke toen onder de hoede van Boeles sr. stond. De verzameling van het museum was reeds tengevolge van toenmalige grote activiteit van zoveel belang, dat daartoe een mooi perceel was aangekocht uit de voordelige baten van de historische tentoonstelling, gehouden in 1877. Dit museumgebouw bestond toen uit het hoekpand Koningstraat-Turfmarkt, nog zonder de latere bijgebouwen, ongeveer tegenover de kanselarij en pal tegenover het gebouw ener oude stichting, dat de plaats van de afgebroken vergaderlokalen der Staten van Friesland heeft ingenomen. Boeles jr.
    maakte niet alleen kennis met dit museum, maar ook met de conservator daarvan, C. H. F. A. Corbelijn Battaerd. Deze deed van zich spreken door de vele reizen door Friesland om oudheden, die toen veelvuldig voor den dag kwamen, voor het museum te verkrijgen. Immers sedert omstreeks 1840 werden de terpen, zo te zien bulten in het zeer vlakke Friese kleiland, meer en meer afgegraven teneinde de terpaarde, die vruchtbaar is, op andere percelen grond als een soort van kunstmest uit te strooien. Bij die afgravingen werden herhaaldelijk belangwekkende munten, gebruiks- en andere voorwerpen gevonden. Door de kennismaking met Corbelijn Battaerd maakte Boeles jr. verscheiden tochten mee, ondernomen van Leeuwarden uit per tentwagentje. Veelal was het niet eens gemakkelijk om de terp in afgraving te bereiken. Boeles jr. herinnerde zich uit het jaar 1888, toen te Beetgum, ten noordwesten van Leeuwarden, de Hludana-geloftesteen gevonden was, dat dit direkt aan zijn vader werd medegedeeld door Corbelijn Battaerd, die ook in dit geval de opdracht kreeg het belangwekkende stuk voor het Fries genootschap en zijn museum te bemachtigen, hetgeen ook gelukt is. Soms werden vondsten geschonken, soms verkregen door aankoop. Dit alles gebeurde, toen de gymnasiast Boeles genoeg latijn kon opbrengen, om te trachten de opschriften te begrijpen. De indruk, die deze steen op hem maakte, in verband met de Romeinen in ons land, is hem zeer sterk bijgebleven. Het Fries Genootschap verkeerde toen in een bijzondere periode van bloei, het zou in dit verband te ver voeren dit nader aan te geven, maar juist in 1892 overleed de penningkundige Mr. J. Dirks, wiens artikels ook thans nog geraadpleegd worden, en verloor het genootschap ook de zo juist genoemde Corbelijn Battaerd wegens zijn vertrek naar elders. In ditzelfde jaar werd Boeles jr. als student in de rechten aan de Universiteit te Groningen ingeschreven, welke studie hij vrij spoedig, door zijn grote capaciteiten om deze stof te beheersen en ook doordat het studentenleven hem niet zo goed lag, beëindigde door zijn promotie op stellingen op 18 januari 1896. Merkwaardig is, dat geen dier stellingen ook maar in enig verband staat met de door hem betoonde oud-Friese interesse.

  • Generated by GreatFamily 2.2 update 2